Feeds:
Berichten
Reacties

Voor het overzicht ga ik mijn berichten over katholieken in de ChristenUnie vanaf nu maar nummeren. ;)

Dit keer een kort nieuwtje: na Arno Blommerde (‘vanuit huis katholiek opgevoed‘ en lijsttrekker in Bergen op Zoom), Wim Beurskens (campagneleider in Venlo), Roeland Bol (achttiende plek in Den Haag) en Remco van Mulligen (plaats zeven in Amersfoort) heb ik nog een vijfde katholiek teruggevonden op de kandidatenlijsten: Janny Joosten, plaats tien in Enschede. Als ik nog andere kandidaten heb gemist, voel je vrij om me in te lichten.

Ondanks hartverwarmende steunbetuigingen zoals

—————————————
Van: Tom
Datum: 2009-08-26 13:04:55
—————————————
beautifulbleus?

Hoi,

Ik heb de idee dat jij achter BeautifulBlues.WordPress.com zit en ingeval dat waar is, bij deze gefeliciteerd met het mooie blog.

groet,
Tom

en het allervriendelijkst klinkende:

Beste,

Ik reageer even niet op je opmerking over rechtse blogs op het blog van LaatsteDag. Ben van plan komende week een wat uitvoeriger stukje te schrijven hierover. Was ik sowieso een keer van plan. Vind het onderwerp te leuk voor alleen reacties.

Groet, Erik

moet ik even een stapje terug doen. Ik vind het leuk te zien dat men mijn blog zo waardeert. Echter (1) ik heb momenteel te veel last van de negatieve kanten van het bloggerschap en (2) mijn onderzoek vereist de nodige aandacht. Het schrijven van deze blog doe ik onder werktijd, simpelweg omdat mijn werktijden momenteel strekken vanaf het moment waarop ik opsta tot het moment waarop ik weer onder de wol kruip. Schrijven werkt voor mij als ontspanning, wat niet gezegd kan worden van de reacties die het soms oproept. Misschien is mijn zieltje te teer om dat allemaal te kunnen verdragen en kan ik zelfs beter geheel stoppen. Ik schrik niet terug voor een scherp inhoudelijk debat, maar merk dat de persoonlijke aanvallen die ik de laatste tijd helaas moest ondergaan op het punt staat mijn productiviteit als onderzoeker negatief te beïnvloeden. Dus is de tijd gekomen om de prioriteit te leggen waar deze zou moeten liggen.

Tot later!

CDA-kamerleden Jan Schinkelshoek en Ad Koppejan hebben het opgenomen voor ons christelijk cultureel erfgoed, ongetwijfeld met in het achterhoofd dat anders de PVV van Wilders misschien met dit onderwerp aan de haal zou gaan. De goede Sint mag in Antwerpen geen kruis meer op zijn mijter hebben. Het is wat! Kattekliek deed al een ludieke suggestie voor een alternatief symbool op de mijter: de M van McDonalds. Hoog tijd voor wat populistische Kamervragen, moet het CDA hebben gedacht.

Ik zou zeggen: doe maar! Sinterklaas is in geen enkel opzicht nog een christelijk feest. Het draait om commercie, snoep, cadeaus, verwennerij. De man komt met een pakjesboot, een zooi raar geklede knechten en rijdt op een wit paard over de daken. Dat heeft allemaal niks met het christendom te maken en wordt door iedereen probleemloos geaccepteerd. Maar als er een kruis verdwijnt, een kruis dat niemand in dit land nog iets zegt, dan heb je de poppen aan het dansen.

Van beide kanten irriteren de commentaren me. De seculiere politiek correcte kerk bestaande uit zich zo moreel en intellectueel superieur voelende figuren wil hiermee blijkbaar een statement maken. Ze willen de laatste scherfjes christelijke symboliek met zo veel mogelijk kabaal in de vuilnisbak flikkeren. Geen zuiver statement, ronduit kinderachtig eigenlijk.

De andere kant bestaat uit even irritante lui die gedreven worden door conservatieve of nationalistische idealen (of door beide) en die over elkaar heen duikelen om maar voor de camera het joods-christelijke erfgoed te mogen verdedigen. Het christelijk geloof is mij veel waard en ik begin zelfs zwaar conservatief te worden de laatste jaren. Maar met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig.

Laat die Sinterklaas toch lekker commercieel uitgebuit worden, een M op zijn mijter dragen en een Bart Smit advertentie op zijn tabberd. Het feest is een negentiende-eeuwse creatie die helemaal niks met het christendom te maken heeft. Dan kan dit er ook nog wel bij, ik heb daar geen enkele moeite mee. Het wordt tijd dat de verdedigers van de christelijke moraal stoppen zich belachelijk te maken door rellen te ontketenen rondom het wetsartikel tegen godslastering, de preambule van een Europese grondwet of het hoofddeksel van Sinterklaas. Shame on them.

De verkiezingen die gisteren in zes nieuw gevormde gemeenten plaatsvonden en vormen natuurlijk op landelijk niveau geen graadmeter. Het betreft hier immers slechts één stad, Venlo, bepaald niet de meest doorsnee stad van Nederland, en vijf kleinere gemeenten die geografisch ook nog eens erg verspreid liggen. De PvdA verloor, het CDA bleef stabiel en SP, D66 en VVD boekten in enkele plaatsen winst. Weinig verrassend allemaal.

Maar wat deed ‘mijn’ ChristenUnie? Die scoorde STABIEL, zoals de website van die partij in grote letters meldt. Er veranderde eigenlijk weinig. Ze deed mee in drie van de zes gemeenten. In Oldambt hadden ze twee raadszetels, maar omdat het totaal aantal zetels in de fusiegemeente ongeveer de helft bedraagt van het opgeteld aantal zetels van de gemeenten waaruit ze is ontstaan, viel al te verwachten dat er dit keer één zetel gehaald zou worden. Dat is ook gebeurd, ook al hoopt de CU nog op een restzetel. Wordt die binnengehaald, dan is dat winst te noemen. In de gemeente Zuidplas (schitterende naam) had de combinatie CU-SGP op vijf of zes zetels kunnen rekenen. Dat werden er zes, waarvan er drie door een ChristenUnieër bezet zullen worden. Ook hier stabiliteit dus.

In Venlo behaalde de ChristenUnie ongeveer 1% van de stemmen. Dat is ruwweg 1 procentpunt winst, want vorige keer deden ze niet mee. Maar bij lange na niet genoeg voor een zetel. Tijdens de campagne profileerde de ChristenUnie zich als christelijk alternatief voor het CDA (dat wél voor koopzondagen en wél voor een nieuw casino was, dus dat profileren ging de CU makkelijk af). De ChristenUnie in Venlo gaf aan af te willen van haar protestantse imago en op een verkiezingsavond zei Slob dat in Venlo de CU doet wat Wilders niet durft. De landelijke fractievoorzitter bedoelde dat zijn partij de ballen had om met een degelijke lijst deel te nemen aan de raadsverkiezingen.

Eén van de meest prominente aanwezigen in de Venlose campagne was, naast lijsttrekker Henk Buddingh, de katholieke ‘huisarts en theoloog’ Wim Beurskens. Hij stond zevende op de kandidatenlijst en was campagneleider, bovendien naar het schijnt een lokale beroemdheid, want achter zijn naam wordt regelmatig gemeld: ‘bekend als voorzitter van de passiespelen’. Zoals bekend ben ik een groot voorstander van ‘oecumene over rechts’, dat wil zeggen samenwerking (geen samengáán) tussen orthodoxe protestanten en katholieken.

Wim Beurskens geeft aan de ChristenUnie te steunen omdat het CDA weliswaar christelijk is, maar te vaak kiest voor het compromis. ‘Ik wil duidelijkheid in de politiek, ook al kies ik daarmee voor de kleine groep.’ In een verkiezingsfolder geeft hij aan voorstander te zijn van ‘geïnspireerde oecumenische politiek, waar overtuiging achter zit.’ Dat kan werkelijk van alles betekenen, dus ik ben maar eens een zoektochtje gaan doen met de vraag wie deze Wim Beurskens is.

Biografische gegevens zijn via Google zo gevonden: geboren in 1953, geneeskunde gestudeerd, huisarts van beroep. Van 1991 tot 1998 deed hij aan de Universiteit Nijmegen een studie theologie en sindsdien kan hij zich ‘huisarts en theoloog’ noemen. Ik snap die toevoeging niet zo, ik bedoel: ik kan mezelf ook ‘publicist’ noemen. Net als de term ‘theoloog’, zegt dat niets.

Na wat artikelen van Beurskens te hebben gelezen kom ik tot de conclusie dat ik twee van zijn zienswijzen níet deel. Hij schrijft op VKblog onder de titel ‘Mysterie’ en komt daar open uit voor zijn katholiek geloof. Dat is zeer te waarderen en in zijn artikelen komt hij naar voren als een erg gelovig mens. Het eerste waarin ik Beurskens niet kan volgen is in diens afwijzing van de ratio. Twijfel noemt hij een demon. Hij vindt dat de Kerk een beetje te veel knuffelt met de Verlichting. Ik vind het wel meevallen met dat geknuffel, maar waardeer de beweging die de Kerk onder de pausen Johannes Paulus II en Benedictus XVI lijkt te maken, om de eenheid tussen ‘geloof en ratio’ weer wat meer te benadrukken, zeer. Beurskens is een relativist van de moderne wetenschap, ik ben dat niet, ook al ben ik me bewust van de grenzen van het gebied dat de wetenschap bestrijkt.

Dan het tweede punt. Beurskens verzet zich tegen de visie dat de christelijke God een andere zou zijn dan de islamitische God. Of kort gezegd: God is niet hetzelfde als Allah. Ik ben het met Beurskens eens dat je dat zo niet kunt stellen. Er is één God en ik geloof als katholiek dat ook moslims in die éne God geloven, zij het dat ze van Hem een ander beeld hebben. Als ik kijk wat de Kerk over God leert, dan is mijn conclusie dat het godsbeeld van moslims niet geheel juist is. Zou Beurskens dat met me eens zijn? Ik heb na het lezen van enkele van zijn stukken de indruk dat hij niet alleen de wetenschap, maar ook de godsdienst relativeert.

De rode draad in wat ik tot nu toe van Beurskens heb gelezen is het zoeken van de overeenkomsten tussen het christendom en andere religies. Dat getuigt van een positieve insteek en een behoefte om de dialoog aan te gaan. In die dialoog ben je mijns inziens oneerlijk als je, zoals Wilders, alleen op de verschillen wijst (in zijn geval die tussen islamitische en westerse cultuur); je bent ook oneerlijk als je beweert dat er géén verschillen zijn. Over de islam schrijft hij:

De rede en onze goede wil leveren ons echter de mogelijkheden om de verschillen niet te zien en de overeenkomsten te zoeken. Bijvoorbeeld, Jihad is de oorlog tegen het kwade in onszelf, de ernst om ons leven goed te maken. Ik heb ze dus niet gevonden, die verschillen. Geert Wilders ziet alleen maar verschillen en ik zie er geen.

De analyse van Wilders’ standpunt lijkt nog wel enigszins te kloppen, maar zijn eigen zoeken naar alleen maar overeenkomsten is oneerlijk. Beurskens’ schrijverij voor de website Reliflex, die zich onder andere ten doel stelt ‘liberale en vrijzinnige stromingen’ te ondersteunen, is wat dat betreft veelzeggend. De vraag of je tegelijkertijd boeddhist en christen kunt zijn beantwoordt hij met onder andere deze opmerking:

Onoverkomelijke bezwaren op leerstellig gebied zijn er niet. Christenen geloven dat Jezus de Verlosser is. De Boeddha zei dat een mens zichzelf moet verlossen. Jezus is echter een fantastisch vlot om de rivier van het lijden over te steken. De Boeddha heeft zichzelf een verlossingsleraar genoemd. Daar kan de christen zeker in meegaan.

Ik denk dat het boeddhisme heel mooie gedachten bevat die je absoluut terugziet in het Evangelie. Mensen uit de meer charismatische hoek noemen het boeddhisme en allerlei andere oosterse religies daarom gevaarlijk: zij vertellen een verhaal dat waar lijkt, maar ondertussen het offer van Christus verzwijgt. Een halve waarheid is een hele leugen, is dan hun conclusie, en dus zijn deze religies manifestaties van Satan. Dat laatste vind ik veel te ver gaan. Ik zie deze religies eerder als vertekende beelden van die éne Waarheid. Maar ik negeer de verschillen niet.

Oecumene die alle verschillen van tafel wil vegen, loopt uiteindelijk uit op nietszeggend mystiek gedoe. Beurskens is zich daarvan bewust, erkent dat ‘interreligie’ en dergelijke leidt tot een inconsistente zweverige brij. Hij adviseert de zoekende mens om voor één specifieke religie te kiezen zoals hij, vanwege de plek waar hij is geboren, heeft gekozen voor het katholiek geloof. Maar het lijkt hem verder niet uit te maken voor welke religie mensen dan kiezen.

Nu komen we terug bij de ChristenUnie. In Venlo kreeg Buddingh ruim tweehonderd stemmen en was Beurskens na hem tweede met 91 voorkeursstemmen. Het is enerzijds verheugend dat een katholiek, hoewel zesde op de lijst, de facto de nummer twee is bij de ChristenUnie in die stad. Anderzijds mag de ChristenUnie zich zorgen gaan maken, want zo te zien vertegenwoordigt Beurskens een stroming in het katholicisme die nogal zweverig is, oecumene zoekt met van alles en nog wat, daarbij alle verschillen terzijde schuivend. De ChristenUnie is daarentegen gefundeerd in een duidelijke overtuiging dat het Christus niet ‘een’ weg is, niet een profeet die je zoals Mohammed doet in het rijtje van Abraham, Mozes en Jesaja kunt plaatsen, niet een ‘vlot’ of iets dergelijks. Jezus is dé Weg. De voorlopers van de ChristenUnie, GPV en RPF, hebben zich gedurende hun bestaan hevig verzet tegen relativisten à la Beurskens, die je ook in overvloed aantreft in hervormde en gereformeerde kringen.

Als katholiek in de ChristenUnie hink ik dus op twee gedachten. Ja, het is verheugend dat er meer ruimte is voor katholieken in deze partij. En dan bedoel ik niet katholieken die zich kunnen vinden in het ‘christelijk-sociale’ programma van die partij, maar katholieken die vanuit hun geloof de grondslag van de ChristenUnie kunnen onderschrijven. Daarin definieert de CU zich als een radicale, orthodoxe partij, exclusief christelijk, wat in veler ogen ‘onverdraagzaam’ is. Anderzijds dwingt de opkomst van katholieken als Beurskens in ‘mijn’ partij me bijna om me aan te sluiten bij Meindert Leerling en andere partijprominenten die sceptisch staan ten opzichte van het toelaten van katholieken. Bovenal wil ik Arie Slob op het hart drukken om Wilders niet te snel weg te honen: de PVV-leider wilde in Venlo niet aan de verkiezingen deelnemen omdat hij niet voldoende geschikte kandidaten kon vinden. Ook de ChristenUnie zou het werk van sommige van haar selectiecommissies nog eens kritisch mogen evalueren.

Aanstaande donderdag (19 november) celebreert Antoine Bodar om 18:45 de Heilige Mis in de Heilige Lodewijkkerk, Steenschuur 19 in Leiden. Aansluitend geeft hij van 20:00 tot 21:30 een college over de Mis in het kader van een reeks van Studium Generale over de christelijke liturgie. Toegang is gratis. Zie link. Met dank aan Observatrix, die hierop attendeert, en Wees niet bang, die haar er weer op wees. En zo linken we allemaal vrolijk naar elkaars blog. ;)

Ik zit momenteel in een razend drukke periode in verband met mijn onderzoek, maar overweeg om bij wijze van intermezzo hier naartoe te gaan.

Edit: ik heb besloten toch niet te gaan. Een rustpunt in een voor mij als historicus (ik voeg die twee laatste woorden toe ter relativering) stressvolle week is me veel waard, maar ik zou dwars door de Utrechtse avondspits heen moeten om vanavond op tijd in Leiden te zijn en dat is mij een te groot bezwaar.

Ongeveer twee minuten geleden maakte Kyteman in DWDD zijn topdrie bekend van beste muziek aller tijden. Na een schokkende opsomming van de meest grandioze k*tmuziek door andere aanwezige gasten, overrompelde hij me volkomen door een daadwerkelijk briljant nummer te noemen:

Als dank zal ik “The Hermit Sessions” op mijn verlanglijst voor Sinterklaas zetten.

Tijd voor een spontane ode aan Voorschoten, een dorp dat ingeklemd tussen Leiden en Den Haag, eigenlijk niemand iets doet. Ik woonde er vanaf mijn geboorte totdat ik in 1999 in Groningen ging studeren. Mijn beide grootvaders zijn er geboren en getogen. Destijds was Voorschoten een nietszeggend gehucht. Tegenwoordig is het een nietszeggend uit de kluiten gewassen dorp, dat trots de titel ‘Parel aan de Vliet’ voert omdat het dankzij de vele nieuwbouwwijken nu inderdaad aan dat kanaal ligt. Historisch gezien slaat het nergens op: aan de oever van de Vliet zie je in de verte de kerktoren van het oude dorpscentrum staan.

Dat is typisch Voorschoten: ze proberen er nog wat van te maken, maar in feite is het niets. W.F. Hermans schreef over de Schoolstraat: ‘elk huis ruikt er naar misdaad en moord’. Maarten ‘t Hart laat één roman zich deels in mijn bakermat afspelen, maar dan vooral in Allemansgeest, dat eigenlijk buiten het dorp ligt. Verder is het dorp de laatste twintig jaar drie maal in het nieuws geweest: één keer toen twee kleine kinderen overleden bij een brand in een huis, toevallig recht tegenover het huis waar mijn grootouders al vijftig jaar wonen. Eénmaal vanwege een brand in een bedrijf waardoor mensen deuren en ramen moesten sluiten en moesten afstemmen op 88.4 FM. En tot slot vanwege de moord op Jan Balfoort, volgens de kranten van destijds door zoiets als de ‘Katwijkse maffia’, maar het kan ook zijn dat ik dat er in mijn herinnering van heb gemaakt om nog enige spanning te brengen in de gebeurtenissen rondom mijn dorp.

Bekende Voorschotenaars zijn oud-ministers Benk Korthals, zo’n verschikkelijke VVD-bal en Max van der Stoel, zoon van dr. Martinus van der Stoel die in Voorschoten een centrale rol in het verzet tegen de Duitsers speelde (ik ben opgegroeid in een familie die het niet zo heeft op het verzet, dus wie mocht denken dat er eindelijk iets positiefs over Voorschoten werd gezegd: helaas…). De familie Van der Valk komt ook uit Voorschoten, de vader van Arie en Gerrit breidde een speeltuin uit tot een restaurant, de Gouden Leeuw. Ik heb daar nog gewerkt en na één dag bij Arie van der Valk persoonlijk mijn ontslag ingediend. Ik had nog nooit zoiets verschrikkelijks meegemaakt.

Treubstraat

Jaarlijks is er op 28 juli de Voorschotense nationale feestdag: de Paardenmarkt. Dan staat de hele Voorstraat vol met knollen. Ik haat paarden. Bovendien is er in de week die aan dit festijn voorafgaat kermis. Er is slechts één ding dat ik meer haat dan paarden… Kortom, een verschrikkelijk dorp waarin je nog niet dood gevonden wilt worden. De kerktoren van de (Nederlands-hervormde) dorpskerk is wel omschreven als één van de lelijkste in Nederland. Uitwijken naar katholieke kerken heeft weinig zin: de Moeder Godskerk is een afzichtelijk pyramide-achtig bouwsel en de Laurentiuskerk heeft vooral het nieuws gehaald omdat er op een gegeven moment bakstenen loslieten en naar beneden stortten, waardoor het levensgevaarlijk was om ook maar in de buurt van dat gebouw te komen. Wie erin slaagt toch binnen te komen moet teleurgesteld constateren dat de ‘dienst’ wordt geleid door een pastoraal werkster, met één veel te oude misdienaar die onderuitgezakt in een stoel ploft en een ‘gemeente’ die liefst oecumenisch viert met de plaatselijke PKN. Als Marijke Helwegen er nog geen act heeft uitgevoerd, zouden ze haar beslist moeten uitnodigen.

Elke keer als ik uit de trein stap op station Voorschoten, dat ondanks alle nieuwe wijken nog steeds buiten het dorp ligt, als ik over de Wijngaardenlaan of de Papelaan (liefst natuurlijk die laatste) loop richting het huis van mijn ouders (in de wijk Bijdorp, genoemd naar het nonnenklooster Huize Bijdorp dat uiteraard al lang geen klooster meer is – wel een zeer imposant gebouw), wat denk ik dan? Ik denk: ik ben thuis! Ik zie die zogenaamd foeilelijke dorpskerk en vervloek degene die het heeft gewaagd negatief over dat ding te schrijven. Groningen is leuk en heel cultureel verantwoord, Amersfoort heeft een historische binnenstad, maar er gaat niets boven Voorschoten.

Liefde maakt blind. Het is een prachtig dorp, vol met walgelijke VVD-ballen en een veel leukere inteeltbende van ‘echte’ Voorschotenaren. Als ik in het schattige centrum door de Treubstraat loop en het huis zie waar mijn overgrootmoeder werd geboren, dan kriebelt het. Als ik door de Leidseweg rijd kijk ik altijd even naar het huis waarvan mijn betovergrootmoeder de eerste steen heeft gelegd. Even verderop de Hofweg en de oude Leidseweg, waar mijn oma, door de Duitsers uit Katwijk verdreven, schuin tegenover mijn opa kwam te wonen. Het is objectief gezien absoluut een schijtdorp, dat Voorschoten, maar het is wel míjn schijtdorp.

Ondanks mijn paardenhaat, kermishaat en het feit dat ik er bijna niemand meer ken is er elk jaar op 28 juli iets in mij dat naar dat dorp wil. Verdringen kan ik het niet. Lange tijd wilde ik geen Voorschotenaar zijn zoals ik ook geen gelovige wilde zijn, omdat het geloof zo veel verschrikkelijke associaties oproept. Maar zowel Voorschoten als God, en ik weet dat het op het blasfemische af is om die twee zo naast elkaar te noemen – niemand heeft het, in de geschiedenis van de mensheid, ooit ook maar een seconde in zijn hoofd gehaald dat te doen, daar ben ik van overtuigd – maar goed, elk op hun eigen manier trekken ze mij aan, maken ze mij week en sentimenteel, ze inspireren mij en mijn liefde voor beide is aan niemand uit te leggen, hoe hard ik het ook probeer.

Katholieken schijnen het woord niet eens te kunnen uitspreken – zo werd mij verteld. Subsidiariteit. De protestantse ideologen achter de ChristenUnie en de SGP kunnen niet alleen het woord uit hun mond krijgen, ze weten ook perfect te benoemen waarom het subsidiariteitsbeginsel niet te verenigen is met protestantse politieke concepten als ’soevereiniteit in eigen kring’. Ik hoop in de nabije toekomst meer te schrijven over de katholieke en protestantse visie op politiek en maatschappij. Nu wil ik echter even de nadruk leggen op een nieuwtje: de papen rukken op binnen de ChristenUnie!

ChristenUnie zet in op katholieken, meldde het Nederlands Dagblad vandaag. Daarmee waren ze het Katholiek Nieuwsblad voor, dat door mij vorige week al was ingelicht over het feit dat er enkele katholieken te vinden zijn op de kandidatenlijsten van deze van oorsprong protestantse partij. Of het KN hier nog iets mee gaat doen, weet ik niet, maar ik hoop van wel. Het zou goed zijn als katholieken erop gewezen worden dat de ChristenUnie, een partij die zij veelal bij voorbaat links laten liggen, zeker open staat voor hun (actieve!) bijdrage.

In Venlo zijn er voor de raadsverkiezingen van volgende week twee katholieke kandidaten, waarvan er één zelfs campagneleider is. Daarnaast gaat volgend jaar de katholiek Arno Blommerde met een nieuw opgerichte afdeling in Bergen op Zoom aan de verkiezingen deelnemen. Ook ten noorden van de grote rivieren zijn er positieve ontwikkelingen te zien. In Den Haag staat een katholiek, weliswaar erg laag, op de kieslijst. In Enschede was een katholiek uit de officieel ingestelde Werkgroep Katholieken binnen de ChristenUnie lid van de selectiecommissie. Een ander lid van deze nieuwe werkgroep staat zevende op de kieslijst namens ChristenUnie Amersfoort. Van deze mensen maakt Blommerde het meeste kans om in de raad te komen. Verder zijn alle plekken ‘onverkiesbaar’. Wellicht is er in Amersfoort een kleine kans dat er alsnog in de volgende raadsperiode een katholiek de ChristenUnie gaat vertegenwoordigen. Daarnaast adviseer ik alle katholieke kandidaten om een voorkeurscampagne te gaan voeren voor zichzelf, om duidelijk aan te geven dat katholieken 100% welkom zijn en zo de naam van deze partij eer aan te doen.

Een niet anoniem schrijver kan nooit door een anoniem schrijver worden beschuldigd. De anonimicus kiest er namelijk voor om in het midden te laten of hij of zij zelf niet in veel grotere mate schuldig is aan het eventuele vergrijp. Je kunt anoniem een pilsjesdrinker beschuldigen van drankgebruik, maar als ten principale nooit duidelijk mag worden of jezelf niet een alcoholische bierbrouwer bent, is zo’n beschuldiging ten principale immoreel. Want ze is anoniem geuit.

Zo valt te lezen in een nieuw, ongeveer een half uur geleden geplaatst artikel op Bitterlemon. Het is van de hand van Erik van Goor, van wie we mogen aannemen dat hij onder eigen naam publiceert. Ik doe dat niet, en wel om enkele redenen: (1) ik heb een naam die zeer eenvoudig traceerbaar is, en heb in het verleden vaker meegemaakt dat er op internet dubieuze figuren rondwaren die er niet voor terugdeinzen dreigementen te uiten die zeer diep in de persoonlijke levenssfeer binnendingen – in een krant wil ik best onder eigen naam publiceren, ik doe dat ook, maar op internet doe ik dat bij voorkeur niet, juist vanwege de oncontroleerbare aard van dat laatste medium, en (2) ik ben een mens, met een baan, een privéleven, en wil graag mijn mening uiten los van die achtergrond – tegelijkertijd weet ik dat veel lezers die twee niet los van elkaar zullen zien en weet ik ook dat je in 2020 nog kunt worden lastiggevallen met wat je in 2005 ergens op een forum hebt gezegd. Ook die onuitwisbaarheid van het geheugen van internet noopt mij tot anonimiteit.

Die keuze wordt door de heren van Bitterlemon niet gerespecteerd. Dat was mij al duidelijk voordat het hierboven geciteerde artikel verscheen. Waarom respecteren ze dat niet? Precies om de redenen waarom ik mijn anonimiteit verdedig. Heren als Van Goor, Zwitser en Overgaauw willen mij kunnen ‘pakken’, niet op wat ik schrijf, maar op mijn persoonlijke achtergrond. Het irriteert hen mateloos dat ze alleen maar de tekst, alleen maar de woorden van ‘Claves Regni’ en ‘Beautiful Blues’ hebben om op te kunnen regeren. Dat zou hen, God verhoede, nog verplichten in te gaan op de inhoud! Liever vallen zij mensen aan op de persoon, negeren zij de misschien wel terechte kritiek op een pilsjesdrinker omdat degene die die kritiek levert toevallig een alcoholist of bierbrouwer is. Dat is een oneerlijke en incorrecte manier van discussiëren.

Nergens heb ik helderder en duidelijker mijn oordeel bevestigd gezien dan in dit artikel van Van Goor. De heren van Bitterlemon bewijzen weer eens dat ze niets meer zijn dan een stel ordinaire ruziezoekers die hun geschreeuw trachten aanvaardbaar te maken door zo veel mogelijk filosofen aan te halen (en daarmee begeven ze zich blijkbaar op een vakgebied dat ze niet beheersen). Hun voornaamste frustratie ten opzichte van anonieme bloggers is dat zij hen niet persoonlijk kunnen aanvallen. Daarmee ontneemt de anonieme blogger hen hun enige wapen, een wapen dat ‘ten principale immoreel’ is.

Ik werd zonet gewezen op een passage uit een nieuw artikel op Bitterlemon dat mij nog niet onder ogen was gekomen. Terwijl ik meende in de reacties van Daniël Overgaauw enige mildheid te bespeuren, hadden zonder dat ik het wist zijn vrienden Tom Zwitser en Erik van Goor al snoeihard teruggeslagen – of zo zullen ze het zelf in ieder geval zien. Observatrix zwijgt de heren van Bitterlemon zeer vakkundig dood en waarschijnlijk is dat de enige juiste houding. Ik reageert toch nog één keer kort.

Punt één: ik heb in de aan mij doorgestuurde passage uit het artikel van Zwitser en Van Goor geen enkele inhoudelijke reactie kunnen ontdekken op mijn blogposting van drie dagen geleden.

Punt twee: wel gaan ze uitgebreid in op iets wat ik nooit heb gezegd. Een ieder die goed kan lezen ziet direct dat ik Bitterlemon niet ‘bruin’ noem.

Punt drie: ik word persoonlijk aangevallen op basis van één van mijn vriendschappen. De vriend in kwestie houdt er politiek heel andere opvattingen op na dan ik. Maar dat interesseert de heren van Bitterlemon niet. Het mij via een valse persoonlijke aanval onderuit schoffelen vinden ze blijkbaar veel interessanter dan mijn standpunten.

Punt vier (of eigenlijk punt 1a): ik constateer een chronisch onvermogen van dhr. Zwitser om inhoudelijk op kritiek in te gaan. Ook op mijn eerste tot hem gerichte artikel heeft hij nooit gereageerd.

Punt vijf (of eigenlijk punt 3a): ook de behoefte om mensen ‘weg te zetten’ op basis van vooroordelen in plaats van kennis van zaken, lijkt chronisch te zijn. Het is in de afgelopen jaren al vaker voorgekomen dat de heren hun beeld van mij veel boeiender vonden dan mijn eigenlijke standpunt, wat ertoe leidde dat ik werd uitgemaakt voor ‘neochristelijk schuillied’, wat dat ook moge zijn. In een poging in ieder geval het schuillied-aspect te doorbreken pogen de heren nu een pseudoniem bekend te maken waaronder ik zou hebben geschreven. Afgezien van het feit dat ze ernaast zitten, is dit ook een nogal kinderachtige houding.

‘Hoeveel afzakkertjes zijn er nodig vooraleer men inziet dat het gewoon zo niet verder kan?’ vragen de auteurs zich af in hun slotalinea. De ‘men’ waartegen Bitterlemon strijdt, moet niet gezocht worden in de hoek van de bloggers die nu op hun donder krijgen. Ik durf wel voor alle genoemde bloggers te beweren dat zij uitstekend doorhebben hoe het met het katholicisme in Nederland gesteld is. Zowel Claves Regni als Theodoricus hebben er al voldoende overtuigend op gewezen dat het beeld dat Bitterlemon schetst van de orthodox-katholieke bloggers simpelweg niet klopt. De zich zo intellectueel voelende heren zijn echter overduidelijk helemaal niet geïnteresseerd in mijn standpunt of in dat van Theodoricus of Claves Regni of Observatrix. Ze zoeken slechts een kapstok om hun polemiekjes aan te kunnen ophangen. Hun motto lijkt: het maakt niet uit of het klopt, als het maar lekker rechts, intellectueel en conservatief klinkt en flink wat discussie veroorzaakt. Vervolgens vervallen ze tot het goedkope truukje om elk weerwoord dat vervolgens wordt geleverd te interpreteren als een bevestiging van hun eigen gelijk, zonder de moeite te nemen om tot een inhoudelijke reactie te komen. Triest, maar daarmee is ook duidelijk dat elk woord dat aan hen wordt besteed er één teveel is.

Oudere Berichten »