De verkiezingen die gisteren in zes nieuw gevormde gemeenten plaatsvonden en vormen natuurlijk op landelijk niveau geen graadmeter. Het betreft hier immers slechts één stad, Venlo, bepaald niet de meest doorsnee stad van Nederland, en vijf kleinere gemeenten die geografisch ook nog eens erg verspreid liggen. De PvdA verloor, het CDA bleef stabiel en SP, D66 en VVD boekten in enkele plaatsen winst. Weinig verrassend allemaal.
Maar wat deed ‘mijn’ ChristenUnie? Die scoorde STABIEL, zoals de website van die partij in grote letters meldt. Er veranderde eigenlijk weinig. Ze deed mee in drie van de zes gemeenten. In Oldambt hadden ze twee raadszetels, maar omdat het totaal aantal zetels in de fusiegemeente ongeveer de helft bedraagt van het opgeteld aantal zetels van de gemeenten waaruit ze is ontstaan, viel al te verwachten dat er dit keer één zetel gehaald zou worden. Dat is ook gebeurd, ook al hoopt de CU nog op een restzetel. Wordt die binnengehaald, dan is dat winst te noemen. In de gemeente Zuidplas (schitterende naam) had de combinatie CU-SGP op vijf of zes zetels kunnen rekenen. Dat werden er zes, waarvan er drie door een ChristenUnieër bezet zullen worden. Ook hier stabiliteit dus.
In Venlo behaalde de ChristenUnie ongeveer 1% van de stemmen. Dat is ruwweg 1 procentpunt winst, want vorige keer deden ze niet mee. Maar bij lange na niet genoeg voor een zetel. Tijdens de campagne profileerde de ChristenUnie zich als christelijk alternatief voor het CDA (dat wél voor koopzondagen en wél voor een nieuw casino was, dus dat profileren ging de CU makkelijk af). De ChristenUnie in Venlo gaf aan af te willen van haar protestantse imago en op een verkiezingsavond zei Slob dat in Venlo de CU doet wat Wilders niet durft. De landelijke fractievoorzitter bedoelde dat zijn partij de ballen had om met een degelijke lijst deel te nemen aan de raadsverkiezingen.
Eén van de meest prominente aanwezigen in de Venlose campagne was, naast lijsttrekker Henk Buddingh, de katholieke ‘huisarts en theoloog’ Wim Beurskens. Hij stond zevende op de kandidatenlijst en was campagneleider, bovendien naar het schijnt een lokale beroemdheid, want achter zijn naam wordt regelmatig gemeld: ‘bekend als voorzitter van de passiespelen’. Zoals bekend ben ik een groot voorstander van ‘oecumene over rechts’, dat wil zeggen samenwerking (geen samengáán) tussen orthodoxe protestanten en katholieken.
Wim Beurskens geeft aan de ChristenUnie te steunen omdat het CDA weliswaar christelijk is, maar te vaak kiest voor het compromis. ‘Ik wil duidelijkheid in de politiek, ook al kies ik daarmee voor de kleine groep.’ In een verkiezingsfolder geeft hij aan voorstander te zijn van ‘geïnspireerde oecumenische politiek, waar overtuiging achter zit.’ Dat kan werkelijk van alles betekenen, dus ik ben maar eens een zoektochtje gaan doen met de vraag wie deze Wim Beurskens is.
Biografische gegevens zijn via Google zo gevonden: geboren in 1953, geneeskunde gestudeerd, huisarts van beroep. Van 1991 tot 1998 deed hij aan de Universiteit Nijmegen een studie theologie en sindsdien kan hij zich ‘huisarts en theoloog’ noemen. Ik snap die toevoeging niet zo, ik bedoel: ik kan mezelf ook ‘publicist’ noemen. Net als de term ‘theoloog’, zegt dat niets.
Na wat artikelen van Beurskens te hebben gelezen kom ik tot de conclusie dat ik twee van zijn zienswijzen níet deel. Hij schrijft op VKblog onder de titel ‘Mysterie’ en komt daar open uit voor zijn katholiek geloof. Dat is zeer te waarderen en in zijn artikelen komt hij naar voren als een erg gelovig mens. Het eerste waarin ik Beurskens niet kan volgen is in diens afwijzing van de ratio. Twijfel noemt hij een demon. Hij vindt dat de Kerk een beetje te veel knuffelt met de Verlichting. Ik vind het wel meevallen met dat geknuffel, maar waardeer de beweging die de Kerk onder de pausen Johannes Paulus II en Benedictus XVI lijkt te maken, om de eenheid tussen ‘geloof en ratio’ weer wat meer te benadrukken, zeer. Beurskens is een relativist van de moderne wetenschap, ik ben dat niet, ook al ben ik me bewust van de grenzen van het gebied dat de wetenschap bestrijkt.
Dan het tweede punt. Beurskens verzet zich tegen de visie dat de christelijke God een andere zou zijn dan de islamitische God. Of kort gezegd: God is niet hetzelfde als Allah. Ik ben het met Beurskens eens dat je dat zo niet kunt stellen. Er is één God en ik geloof als katholiek dat ook moslims in die éne God geloven, zij het dat ze van Hem een ander beeld hebben. Als ik kijk wat de Kerk over God leert, dan is mijn conclusie dat het godsbeeld van moslims niet geheel juist is. Zou Beurskens dat met me eens zijn? Ik heb na het lezen van enkele van zijn stukken de indruk dat hij niet alleen de wetenschap, maar ook de godsdienst relativeert.
De rode draad in wat ik tot nu toe van Beurskens heb gelezen is het zoeken van de overeenkomsten tussen het christendom en andere religies. Dat getuigt van een positieve insteek en een behoefte om de dialoog aan te gaan. In die dialoog ben je mijns inziens oneerlijk als je, zoals Wilders, alleen op de verschillen wijst (in zijn geval die tussen islamitische en westerse cultuur); je bent ook oneerlijk als je beweert dat er géén verschillen zijn. Over de islam schrijft hij:
De rede en onze goede wil leveren ons echter de mogelijkheden om de verschillen niet te zien en de overeenkomsten te zoeken. Bijvoorbeeld, Jihad is de oorlog tegen het kwade in onszelf, de ernst om ons leven goed te maken. Ik heb ze dus niet gevonden, die verschillen. Geert Wilders ziet alleen maar verschillen en ik zie er geen.
De analyse van Wilders’ standpunt lijkt nog wel enigszins te kloppen, maar zijn eigen zoeken naar alleen maar overeenkomsten is oneerlijk. Beurskens’ schrijverij voor de website Reliflex, die zich onder andere ten doel stelt ‘liberale en vrijzinnige stromingen’ te ondersteunen, is wat dat betreft veelzeggend. De vraag of je tegelijkertijd boeddhist en christen kunt zijn beantwoordt hij met onder andere deze opmerking:
Onoverkomelijke bezwaren op leerstellig gebied zijn er niet. Christenen geloven dat Jezus de Verlosser is. De Boeddha zei dat een mens zichzelf moet verlossen. Jezus is echter een fantastisch vlot om de rivier van het lijden over te steken. De Boeddha heeft zichzelf een verlossingsleraar genoemd. Daar kan de christen zeker in meegaan.
Ik denk dat het boeddhisme heel mooie gedachten bevat die je absoluut terugziet in het Evangelie. Mensen uit de meer charismatische hoek noemen het boeddhisme en allerlei andere oosterse religies daarom gevaarlijk: zij vertellen een verhaal dat waar lijkt, maar ondertussen het offer van Christus verzwijgt. Een halve waarheid is een hele leugen, is dan hun conclusie, en dus zijn deze religies manifestaties van Satan. Dat laatste vind ik veel te ver gaan. Ik zie deze religies eerder als vertekende beelden van die éne Waarheid. Maar ik negeer de verschillen niet.
Oecumene die alle verschillen van tafel wil vegen, loopt uiteindelijk uit op nietszeggend mystiek gedoe. Beurskens is zich daarvan bewust, erkent dat ‘interreligie’ en dergelijke leidt tot een inconsistente zweverige brij. Hij adviseert de zoekende mens om voor één specifieke religie te kiezen zoals hij, vanwege de plek waar hij is geboren, heeft gekozen voor het katholiek geloof. Maar het lijkt hem verder niet uit te maken voor welke religie mensen dan kiezen.
Nu komen we terug bij de ChristenUnie. In Venlo kreeg Buddingh ruim tweehonderd stemmen en was Beurskens na hem tweede met 91 voorkeursstemmen. Het is enerzijds verheugend dat een katholiek, hoewel zesde op de lijst, de facto de nummer twee is bij de ChristenUnie in die stad. Anderzijds mag de ChristenUnie zich zorgen gaan maken, want zo te zien vertegenwoordigt Beurskens een stroming in het katholicisme die nogal zweverig is, oecumene zoekt met van alles en nog wat, daarbij alle verschillen terzijde schuivend. De ChristenUnie is daarentegen gefundeerd in een duidelijke overtuiging dat het Christus niet ‘een’ weg is, niet een profeet die je zoals Mohammed doet in het rijtje van Abraham, Mozes en Jesaja kunt plaatsen, niet een ‘vlot’ of iets dergelijks. Jezus is dé Weg. De voorlopers van de ChristenUnie, GPV en RPF, hebben zich gedurende hun bestaan hevig verzet tegen relativisten à la Beurskens, die je ook in overvloed aantreft in hervormde en gereformeerde kringen.
Als katholiek in de ChristenUnie hink ik dus op twee gedachten. Ja, het is verheugend dat er meer ruimte is voor katholieken in deze partij. En dan bedoel ik niet katholieken die zich kunnen vinden in het ‘christelijk-sociale’ programma van die partij, maar katholieken die vanuit hun geloof de grondslag van de ChristenUnie kunnen onderschrijven. Daarin definieert de CU zich als een radicale, orthodoxe partij, exclusief christelijk, wat in veler ogen ‘onverdraagzaam’ is. Anderzijds dwingt de opkomst van katholieken als Beurskens in ‘mijn’ partij me bijna om me aan te sluiten bij Meindert Leerling en andere partijprominenten die sceptisch staan ten opzichte van het toelaten van katholieken. Bovenal wil ik Arie Slob op het hart drukken om Wilders niet te snel weg te honen: de PVV-leider wilde in Venlo niet aan de verkiezingen deelnemen omdat hij niet voldoende geschikte kandidaten kon vinden. Ook de ChristenUnie zou het werk van sommige van haar selectiecommissies nog eens kritisch mogen evalueren.